Vragen en antwoorden uit het webinar

De Provincie Zeeland organiseerde op 10 en 11 maart een webinar over het voorontwerp van de Zeeuwse Omgevingsvisie en-verordening. Het webinar had als doel snel inzicht te geven in de vier maatschappelijke uitdagingen en een aantal van de daarbij horende thema’s die centraal staan in de Zeeuwse Omgevingsvisie.

In het webinar geven gedeputeerde Dick van der Velde en opgavemanager Alexandra Scherbeijn een toelichting en beantwoorden vragen. Niet alle vragen zijn aan bod gekomen tijdens het webinar, deze worden in de komende weken beantwoord.

Vragen over het proces, de visie en overige vragen


Er worden hoge ambities gesteld voor 2050. Hoe en wie gaat er voor zorgen dat deze ambities worden bereikt? en hoe wordt dit gemonitord? Wat gaat dit kosten en wie gaat dit betalen?

Bij het opstellen van de omgevingsvisie is aan de partners gevraagd waar zij een rol zien voor zichzelf en met welke van de vier instrumenten zij een bijdrage gaan leveren aan het bereiken van de gestelde doelstellingen. Om te kunnen beoordelen hoe het gaat met de uitvoering, worden de vorderingen continu bijgehouden. Door jaarlijks een overzicht te maken van de voortgang, kan ook een inschatting worden gemaakt of de doelstellingen en ambities haalbaar blijven en/of een andere aanpak nodig is. De monitoringsrapportage Omgevingsvisie zal ingaan op de voortgang van de circa vijftig onder de vier maatschappelijke uitdagingen geformuleerde beleidsdoelstellingen voor de korte termijn (2030). Daarbij zal gebruik worden gemaakt van informatie die wordt verzameld voor de tweejaarlijkse monitor van de Nationale Omgevingsvisie, informatie die de overheden verzamelen voor hun reguliere begrotingscyclus en aanvullende gegevens van kennisinstellingen zoals Kenniscentrum Kusttoerisme, ZB en CBS. Het wordt een brede rapportage die ingaat op alle doelen en acties en dus niet alleen de provinciale inzet. De rapportage wordt gedeeld met alle betrokken partijen en is een belangrijke basis voor actualisatie van de visie en uitvoering.


Hoe zorgen we dat de Visie uitgevoerd kan worden?

Op verschillende manieren. Doordat we vanaf het begin deze visie gezamenlijk met andere partijen hebben opgesteld, is er veel betrokkenheid bij de inhoud. We hebben samen gekeken wie het beste welke rol kan pakken in de uitvoering en we hebben concrete acties geformuleerd. Ook in deze fase, de achterbanraadpleging, checken we dat nog een keer met z’n allen en vragen we of we op iedereen mogen rekenen.


Vormen Tholen en Schouwen-Duiveland ook een regio?

Nee, Schouwen-Duiveland heeft een eigen traject. Dit zijn de regio’s die een visie opstellen:

  • Walcheren
  • Zeeuws-Vlaanderen
  • De Bevelandse gemeenten en Tholen

Gooit Corona roet in het eten voor de toekomst van Zeeland?

Corona heeft zeker effect op de toekomst van Zeeland, zo nodig zal de Visie hier op worden aangepast.


Heel veel mooie uitdagingen, maar gaat dat allemaal lukken?

De startbijeenkomtst van de visie had als titel, samen de schouders er onder. Samen met de partners zet de provincie haar schouders er onder en gaan we voor het bereiken van de doelen van 2050. om de vier jaar wordt de visie en de doelen daaruit gemonitord en zullen we soms doelen bij moeten stellen, zowel hoger als lager.


Het traject was intensief. Hoe zorgen we ervoor dat we onze partners niet overvragen in participatie?

We proberen zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande trajecten en werkgroepen om de belasting op het netwerk te beperken. In de toekomst en bij de uitvoering van de programma's zal dit een punt van aandacht zijn.


Is burger participatie ook geregeld binnen de omgevingsvisie ? En komt die terug in de omgevingsverordening?

Niet in de verordening, wel in de visie. In de omgevingswet geldt een algemene verplichting voor initiatiefnemers om af te stemmen met alle betrokkenen. Dat geldt dus ook voor de provincie en de plannen die in de omgevingsvisie staan.


Zit integraliteit ons in de weg om snel aan te passen?

Nee, de tijd die je aan de voorkant wint, verlies je daarna als het op uitvoering aankomt.


Zijn ook burgers in de integratiegroep betrokken geweest?

Niet in de integratiegroep, maar wel via ZB onderzoek, via gemeenten en online enquêtes.


Zijn in de andere regio's de gemeenten ook een regiovisie aan het opstellen?

In Zeeuws Vlaanderen wordt ook een regiovisie opgesteld.


Vragen over het proces, de visie en overige vragen


Waarom wordt het magazine niet verspreid over heel Zeeland (in print)?

Het magazine is eigenlijk meer een website en dus steeds aan verandering onderhevig. Het wordt te kostbaar (in geld en papier) om dat dan elke keer opnieuw te verspreiden.


Waarom zat St. Zeeuws Platform Stralingsrisico niet in de integratiegroep?

Dat heeft een praktische reden. Toen we het proces in gezamenlijkheid hebben ingericht is goed nagedacht hoe we de participatie werkbaar konden maken. Iedereen kon deelnemen en meeschrijven in een bouwsteengroep (wat het platform ook heeft gedaan) en nog inbreng leveren in de achterbanraadpleging. Om knelpunten die daaruit volgen op te lossen hebben we een groep met vertegenwoordigers van sectoren en koepelorganisaties gevraagd.


Is er ook een integrale gebiedsgerichte benadering?

De Zeeuwse Omgevingsvisie is integraal opgezet vanuit vier grote maatschappelijke uitdagingen voor de hele provincie. Op lokaal en regionaal niveau worden de opgaven verder uitgewerkt. Dat kan per thema of per gebied worden gedaan.


Hoort de Omgevingsagenda en NOVI-gebied North Sea Port District bij de uitvoeringsagenda?

Ja dat klopt. De belangrijkste opgaven waar regio en rijk samen verantwoordelijk voor zijn pakken we de uitvoering gebiedsgericht samen op. Kijk voor meer hiervoor op www.denationaleomgevingsvisie.nl


Zou de gedeputeerde het proces opnieuw zo aanpakken als we moeten actualiseren?

Participatie is essentieel bij het opstellen van onze omgevingsvisie.'We hebben hebben voor deze aanpak gekozen, omdat het college dit belangrijk vindt. Het motto van dit college is dan ook 'samen verschil maken'. Samen weten en kunnen we meer dan alleen. Het doel van het college is een gedragen Zeeuwse omgevingsvisie 2021.'



Wat heeft de integratiegroep gedaan om zo goed mogelijk om te gaan met tegengestelde belangen?

De betrokken in de integratiegroep hebben het proces op constructieve wijze vormgegeven, om het doel van een beter een mooier Zeeland is te verwezelijken.

Wie zaten er allemaal in de integratiegroep?

In de integratiegroep zaten vertegenwoordigers van alle sectoren en gemeenten.



Wordt er bij de visie ook samengewerkt met de Vlaamse buren?

Ja we hebben veel grensoverschrijdende uitdagingen. We hebben de grensvisie Euregio Scheldemond gebruikt als input. Ze zijn ook uitgenodigd te reageren.

Vragen over het webinar


Politiek, bedrijfsleven en de vrijetijdssector zijn afgelopen uur aan het woord geweest. Waarom geen natuurbeschermingsorganisatie?

De Provincie heeft in de webinars enkele partijen, die veel raakvlakken hebben met onderwerpen uit de portefeuille van de gedeputeerde, extra belicht. Dit betekent niet dat andere belangen minder zwaar wegen in de visie. Met natuurbeschermingsorganisaties zijn ook bijeenkomsten georganiseerd.




Kan ik de presentatie nog eens terug kijken?

De presentatie is beschikbaar via de volgende link

Presentatie Webinar 10 en 11 maart


Vragen over de uitdaging uitstekend wonen en leven in Zeeland


Biedt de omgevingsvisie naast stedelijke ontwikkeling ook ruimte aan dorpsontwikkeling?

De leefomgeving heeft invloed op gezond gedrag en ervaren gezondheid. Zowel positief als negatief. Zeeland heeft van nature alle ingrediënten in huis voor een gezond en prettig leven. Rust, ruimte, natuur, water en vruchtbare aarde. Mooie dorpen met voorzieningen; deze ingrediënten hebben een positieve invloed op gezondheid. Daarnaast moet leegstand in de dorpskernen moet mogelijk worden voorkomen, omdat dit een groot effect heeft op de aantrekkelijkheid van het hele gebied.


Klopt het dat er straks alleen gebouwd kan worden in grote steden en de kleine kernen op slot gaan?

Het concept van de Omgevingsvisie gaat uit van het principe dat er gebouwd moet worden naar behoefte. Dat betekent dat er voldoende woningen moeten zijn, maar ook op de goede locatie en van het gewenste type. Bij nieuwe woningbouwplannen wordt daarom altijd om een onderbouwing gevraagd naar de behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin. Dit moet ook passen binnen de totale regionale behoefte. In veel dorpen is nog behoefte aan extra woningen. Het belangrijkst is echter de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Omdat de bestaande woningen niet meer passen bij de huidige en toekomstige woonwensen, zal renovatie sloop en terugbouw in elk dorp nodig zijn.


Waarom is het thema 'straling' van draadloze communicatie als los eind en niet uitgewerkt in de Ontwerp Omgevingsvisie opgenomen?

Straling wordt met andere milieufactoren behandeld in de bouwsteen woonomgeving. We nemen deze opmerking mee en kijken of we er ook op andere plekken aandacht aan kunnen besteden.


Vragen de uitdaging balans in de grote wateren en het landelijk gebied


Geeft de omgevingsvisie ruimte voor nog meer bungalowparken aan de kust?

Voor de kustzone is in de Zeeuwse Kustvisie vastgelegd hoe we de Zeeuwse Kwaliteitskust beschermen, versterken en waar nodig herstellen. De hierin opgenomen en hiervoor genoemde kwaliteitsaspecten gelden ook voor de recreatie in de overige delen van Zeeland. Om de beoogde Zeeuwse Kwaliteitskust te bereiken zetten we in op een tweezijdige ontwikkelingsstrategie:

  • beschermen, versterken en beleven van bestaande kwaliteiten (natuur en landschap, (verblijfs)recreatie, water/strand en infrastructuur)
  • gebiedsgericht ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten. Met deze toeristische ontwikkelstrategie, uitgaande van een integrale en gebiedsgerichte aanpak op lokaal niveau, ontstaat ook ruimte voor eventuele uitbreiding van aanbod, maar wel in balans met de omgeving.

Door het optimaal verbinden van vraag en aanbod in de groot- en kleinschalige toeristische sector bevorderen we de differentiatie van ons toeristisch product en voorkomen we eenvormigheid en meer, uitsluitend vanuit vastgoed gedreven, verblijfsrecreatie aanbod."


Op welke wijze wordt geborgd, dat oude dijken en watergangen worden beschermd? Dit is de wordingsgeschiedenis van Zeeland.

Sommige dijken zijn beschermd in de omgevingsverordening. Daarbij is in de omgevingsverordening en -visie is opgenomen dat bij initiatieven rekening gehouden moet worden met de kernkwaliteiten van Zeeland en de landschappelijke en archeologische waarden van een gebied.

Vragen over de uitdaging een duurzame en innovatieve economie


Hoe wordt de marktvraag voor de landbouw bepaald, wereldwijd, Europese markt, Nederlandse markt?

De markt is afhankelijk van het product. In de landbouw kan de afzetmarkt in de directe omgeving liggen, elders in het land of in het buitenland. De vraag ontstaat uiteindelijk bij de consument, de eindgebruiker. Dat kan in de buurt zijn maar ook heel ver weg. Wij zien kansen voor volhoudbare landbouw op alle schaalniveaus, zolang er maar een verdienmodel is. Voor de ene ondernemer zijn dat streekproducten en voor de andere frietaardappelen voor de wereldmarkt.


Hoe zorgt de omgevingsvisie er voor dat bedrijven de ruimte krijgen?

De provincie wil economische ontwikkeling zo veel mogelijk stimuleren en faciliteren. Binnen Zeeland wordt vraag en aanbod van bedrijventerreinen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Zo wordt een kwantitatieve én kwalitatieve mismatch voorkomen. Hiervoor wordt iedere drie jaar een prognose opgesteld waarin de behoefte voor de volgende 10 jaar wordt bepaald. Deze prognose is een uitgangspunt voor de regionale bedrijventerreinenprogrammering van de gemeenten. Hierin worden regionaal afspraken gemaakt over ontwikkeling, uitbreiding en herstructurering van bedrijventerreinen.


Vragen over de uitdaging klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland


Het is niet ondenkbaar dat de zeespiegel deze eeuw dusdanig snel stijgt dat Zeeland op enig moment opgegeven moet worden als woongebied. Wat wordt hier in de omgevingsvisie mee gedaan?

In de eerste plaatst werken we samen met het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, aan de beperking van de uitstoot van CO2, om daarmee de opwarming te beperken. Tegelijkertijd gaan we ook mee met de effecten van klimaatverandering. In onze visie staat dat de basis voor waterveiligheid het concept is van de meerlaagse veiligheid. Dit maakt onderscheid in maatregelen die de kans op een overstroming verkleinen (1e laag), de gevolgen van een overstroming verminderen (2e laag) of de rampenbeheersing verbeteren (3e laag). In de eerste laag vallen sterke waterkeringen. Om de gevolgen van een overstroming te beperken is het van belang om essentiële nutsvoorzieningen, zoals elektriciteit, telecom, water en gas, en functies, zoals ziekenhuizen en brandweerkazernes, niet in overstromingsgevoelige gebieden te ontwikkelen. Mocht dit niet voorkomen kunnen worden, dient aangepast bouwen of een aangepaste inrichting uitval van de voorzieningen en functies te voorkomen. Wanneer in de ruimtelijke inrichting van gebieden of gebouwen geen mogelijkheden tot beperking van de gevolgschade mogelijk is, kan een handelingsperspectief het aantal slachtoffers en schade beperken. Dit is de 3e laag – crisisbeheersing.


Eerder was er een bestuurlijke bijeenkomst. Hier werd aangegeven dat in de verordening een kaartbeeld wind en/of zon zou worden opgenomen. Betreft dit dan het kaartje waarin de huidige concentratielocaties windenergie en bestaande windturbines staan genoemd? Dit zou dan naar onze mening betekenen dat er geen ruimte is anders dan dat er alleen op deze concentratielocaties uitbreiding van het vermogen kan plaatsvinden. klopt dat?

In de verordening zijn concentratielocaties aangewezen waar meer vermogen kan worden opgesteld. Voor zonne-energie zijn geen locaties vastgelegd door de provincie.

Vragen over de verordening en de MER


De verordening zou de juridische vertaling van de visie moeten zijn. Hoe kan het dat er zoveel werk gestoken is in het opstellen van een visie, terwijl de regels in de verordening grotendeels hetzelfde zijn als de huidige verordening. De visie is dus niet vertaald in de juridische regels.

De omgevingsvisie gaat over heel veel onderwerpen en beschrijft wat alle organisaties doen om de doelen te bereiken. De omgevingsverordening gaat over een klein deel van de onderwerpen en bevat alleen regels van de provincie. Die regels worden aangepast als keuzes in de visie daar om vragen. In de voorontwerp verordening is dat nog niet het geval.


Waarom wordt de bescherming van landschap niet overwogen om mee te nemen in de omgevingsverordening?

Bescherming van het landschap staat al wel in de verordening. Het is wel de bedoeling om aanvullend onderzoek te doen naar de landschapskwaliteiten, om te kijken of er voldoende bescherming is.


Hoe zinvol is het om op een beleidsneutrale omgevingsverordening te reageren?

Heel zinvol. Met een beleidsneutrale omgevingsverordening bedoelen we dat de nieuwe verordening t.o.v. de vorige geen beleidsveranderingen heeft. Er staan dus geen nieuwe dingen in qua inhoud, we hebben alleen gezorgd dat hij voldoet aan de eisen van de omgevingswet.


Kan met de verordening ook worden bijgestuurd als een niet goed blijkt te gaan?

Ja dat is inderdaad mogelijk, de verordening is één van de instrumenten onder de omgevingswet.


De MER is redelijk negatief, worden de resultaten nog verwerkt in de omgevingsvisie?

Jin het MER staan verschillende aanbevelingen. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie geven we aan wat we met de aanbevelingen hebben gedaan of wat we ermee gaan doen.


Vragen over de Omgevingswet en de Omgevingsagenda


De omgevingswet is volgens het kabinet de grootste wetgevingsoperatie sinds 1848. Invoering van de wet is al diverse keren uitgesteld. Het grootste obstakel is het computersysteem waarin betrokken instanties aangesloten moeten worden. Het is cruciaal dat dit vlekkeloos werkt. Vraag; gaat dit lukken en kan de wet per 1-1-2022 in werking treden? Wat kan er nog mis gaan?

Door de minister van Binnenlandse Zaken en de koepels VNG, IPO en Unie van Waterschappen is al in 2020 besloten om te kiezen voor 1 januari 2022 als inwerkingstredingsdatum voor de Omgevingswet. De Tweede Kamer heeft inmiddels ingestemd met deze datum. De Eerste Kamer moet nog instemmen met deze datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. De procedure hiervoor is al in december 2020 gestart. De reden waarom de Eerste Kamer nog geen besluit heeft genomen, moet vooral gezocht worden in het feit dat de Eerste Kamer zich zorgen maakt over de haalbaarheid: Is het digitaal stelsel wel voldoende gereed op 1 januari 2022? En zijn de decentrale overheden wel voldoende klaar om te starten op 1 januari 2022? Daarnaast wil de Eerste Kamer meer informatie van de minister, waaronder het integraal financieel beeld. In de commissies van 2 maart is besloten dat in april 2021 de Eerste Kamer inbreng levert voor schriftelijk overleg, op het moment dat de kwartaalrapportage maart 2021 over de voortgang van de Omgevingswet en het integraal financieel beeld ontvangen zijn. Of de verkiezingen van de Tweede Kamer hier nog invloed op uit gaat oefenen is nog niet duidelijk. De Omgevingswet is evenwel niet benoemd als controversieel onderwerp voor het demissionair kabinet.