Wat gaat de provincie doen?

De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. Dat kan door het zelf uit te voeren maar ook door de uitvoer aan anderen over te laten. In dat laatste geval kan de provincie anderen vragen om de doelen uit de Omgevingsvisie te bereiken. Er zijn drie manieren om anderen te vragen om ons te helpen de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie te bereiken.

De eerste is door een financiële prikkel, de tweede door communicatie en informatie, de derde door het inzetten van een juridisch instrument.

Het inzetten van een financiële prikkel kan bijvoorbeeld door het geven van een subsidie (positief) of door het belasten van slecht gedrag (negatief). Het ontwikkelen en overdragen van informatie naar anderen of het met elkaar in contact brengen van mensen zijn vormen van communicatie en informatie die behulpzaam kunnen zijn. Zelf uitvoeren spreekt voor zich. Het belangrijkste juridische instrument van de provincie is de omgevingsverordening. Daar staan alle regels over water, bodem, milieu, natuur, landschap, (vaar)wegen en ruimtelijke ontwikkeling in. Andere moeten zich houden aan deze juridische regels.

De Provincie zet de verordening in als dat nodig is vanuit het provinciaal belang , als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat door de wet is voorgeschreven. Er is een provinciaal belang als dat de belangen van de betreffende gemeenten. In de praktijk gaat het dan vooral over situaties waarin gemeenten elkaars concurrenten kunnen zijn en situaties waar in heel Zeeland dezelfde regels gewenst zijn om maximale duidelijkheid te geven aan burgers en bedrijven. Het uitgangspunt voor de verordening is gelijk aan de inzet van de provincie voor de Omgevingsvisie: beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, worden alleen gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom als uitgangspunt genomen. De omgevingsverordening wordt selectief ingezet en biedt ruimte voor regionaal en lokaal maatwerk.

Hoe blijft de Omgevingsvisie in beweging?

De Zeeuwse Omgevingsvisie is opgesteld door een groot aantal partijen en ook bij de uitvoering zijn heel veel partijen betrokken. De Omgevingsvisie kent geen einddatum, daarom is het actueel houden van de visie belangrijk. Het samenwerkingsverband dat voor de Omgevingsvisie is opgebouwd blijft een belangrijke rol vervullen bij het actueel houden en uitvoeren van de Omgevingsvisie.

Grote (inter)nationale ontwikkelingen, ervaringen met regionale (Omgevings-) visies en de inzichten uit de jaarlijkse monitoringsrapportage kunnen aanleiding zijn om de Omgevingsvisie of de uitvoering aan te passen of aan te vullen. De bestuurlijke integratiegroep, bestaande uit vertegenwoordigers van alle betrokken organisaties, overlegt jaarlijks over voortgang en actualiteit van de Omgevingsvisie. De bestuurlijke integratiegroep is een breed overlegplatform, geen bestuurslaag.

Aanpassingen van de Omgevingsvisie zullen worden afgestemd met de betrokken partijen. Daardoor kost een actualisatie van de Omgevingsvisie en de daaraan verbonden Omgevingsverordening veel tijd. Daar komt vervolgens een wettelijk voorgeschreven procedure bij. Eén actualisatieronde duurt naar verwachting minimaal zes maanden.

Wat zijn de belangrijke thema’s uit de Omgevingsvisie?

De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft de vier maatschappelijke uitdagingen met daarbinnen de ambities voor de toekomst van Zeeland. Dit zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon.

Vanuit hun visionaire blik moeten ze ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). Deze doelstellingen zijn beschreven bij de uitdaging waar ze het meest aan bijdragen, al zijn meeste van toepassing op meerdere ambities. In de bijlage (deel B) bij deze visie is uitgebreid beschreven wat deze korte termijn beleidsdoelen zijn, welke acties bijdragen om het doel te bereiken en welke partijen daar een rol bij spelen. In de tabel zijn de thema’s uit deel B weergegeven.

Hoe past de Omgevingsvisie binnen de andere visies?

Zowel het Rijk, de provincies als de gemeenten zijn verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen. Deze Omgevingsvisies zijn bindend voor degenen die ze gemaakt heeft. Het Rijk heeft zijn visie al klaar, dat is de nationale Omgevingsvisie (NOVI).

In de NOVI staan vier doelen centraal te weten:

  1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
  2. Duurzaam economisch groeipotentieel
  3. Sterke en gezonde regio’s
  4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Deze door het Rijk geformuleerde doelen zijn sterk verbonden met de vier maatschappelijke uitdagingen uit de Omgevingsvisie. Op deze vier doelen zoekt het Rijk samenwerking met ons. Dat gebeurd via de Omgevingsagenda. In de Omgevingsagenda werkt het Rijk samen met de betrokken in de regio aan, in eerste instantie, de volgende drie opgaven:

  1. North Sea Port District – Terneuzen: nu samen doorpakken en gecoördineerd uitvoeren
  2. Kust in de Delta: investeren in een gedeeld beeld van de opgaven
  3. Transitie landelijk gebied in twee snelheden: gebiedsgericht samenwerken als Rijk en regio

Op dit moment zijn de gemeenten ook bezig met hun Omgevingsvisie. Deze hoeven pas op 31 december 2023 gereed te zijn.